Hendrik D.L. Vervliet (1923–2020)

Op woensdag 5 augustus overleed prof. dr. Hendrik D.L. Vervliet. Hij was docent en bestuurslid bij het Plantin Instituut en adjunct-conservator van het Museum Plantin-Moretus. Hij was in heel de wereld bekend als een van de belangrijkste kenners van de oude, met name de zestiende-eeuwse typografie. Zijn boeken over de Renaissancistische drukletters fungeren vaak als een kompas bij de zoektocht van onze studenten Type design.
    Onderstaande tekst is ontleend aan de essaybundel Te boek! (Pelckmans, 2014) van onze ere-voorzitter Ludo Simons. Het is een licht herwerkte versie van zijn bijdrage over Hendrik D.L. Vervliet voor het boek Magistraal, Meesters van het Plantin Genootschap 1951–1974 (2007).

H.D.L. (‘Dis’) Vervliet is zowel een van de belangrijkste kenners van de oude, met name de zestiende-eeuwse typografie als een pionier op het vlak van het moderne bibliotheekwezen in België. ‘Van incunabulist tot informaticus’, zo vatte Herman Liebaers Vervliets loopbaan samen in het aan Vervliet bij zijn emeritaat in 1988 aangeboden Liber amicorum. ‘Incunabulist’ klopt niet helemaal, ‘informaticus’ ook niet, maar de alliteratie was te mooi om ze niet te gebruiken. Sinds zijn emeritaat heeft Vervliet overigens op indrukwekkende wijze zijn rentree gemaakt op het terrein van de oude typografie. Zijn vrouw, Irma Regemortels (1928-2006), bibliothecaris bij de Stadsbibliotheek van 1946 tot 1988, was er mijn stut en toeverlaat tijdens mijn directeurschap van 1982 tot 1986.

Nadat hij van 1941 tot 1945 Klassieke filologie studeerde te Leuven, rondde H.D.L. Vervliet zijn studie af met een licentiaatsverhandeling over de tweetaligheid in Ptolemeïsch Egypte. Omdat een toekomstperspectief ontbrak, bleef hij nog een bijkomend jaar in Leuven om er de colleges in de Oude geschiedenis en in de Psychologie en Pedagogie te volgen. Na een kort leraarschap te Hoboken werd hij in 1949 aangesteld tot adjunct-conservator van het Museum Plantin-Moretus. Samen met de conservator, Leon Voet, zette hij zich aan de restauratie en de herinrichting van het in januari 1945 gedeeltelijk vernielde gebouwencomplex. Tegelijk werkte hij aan zijn proefschrift, en in 1955 promoveerde hij te Leuven met de grootste onderscheiding op een studie over de tekstkritische traditie van de Suasoriae van de retor Lucius Annaeus Seneca, de vader van de meer bekende filosoof en tragedieschrijver van dezelfde naam.

Plantin Genootschap

Intussen was Vervliet zich in zijn nieuwe werkomgeving meer en meer gaan toeleggen op de studie van de typografie, zowel de oude uit de tijd van Plantin als de jongere ontwikkelingen ervan. Hij was dan ook de aangewezen man om in 1951, samen met de oprichter A.J.M. Pelckmans, de drijvende kracht te worden van het Plantin Genootschap. Bij de stichting werd hij tot secretaris van de Raad van Beheer aangesteld. Vanaf 1966 doceerde hij er bovendien ‘Geschiedenis van de drukletter tot de achttiende eeuw’.
    Door zijn publicaties over de oude lettertypes, die hij als een van de eersten in de Nederlanden niet vanuit hun gebruik in de gepubliceerde werken, maar vanuit de productie door de lettersnijders en lettergieters zélf bestudeerde, werd hij gaandeweg een wereldautoriteit op het gebied van de zestiende-eeuwse typografie; zijn Sixteenth-century printing types of the Low Countries van 1968 is een standaardwerk. Zijn methode, die hem een generatie vroeger alleen door Charles Enschedé aan de hand van de Haarlemse Enschedé-collectie was voorgedaan, maakte het mogelijk de geschiedenis van de letter veel zuiverder te reconstrueren dan via het gebruik ervan door derden. Maar ook de filologie werd hij niet ontrouw. In opvolging van de jong overleden classica Irene Vertessen, zijn collega als adjunct-conservator van het Stedelijk Prentenkabinet, bezorgde hij samen met Aloïs Gerlo de uitgave van de in het Plantijnse huis bewaarde correspondentie van Justus Lipsius. Deze publicatie luidde een reeks van studies met betrekking tot Lipsius in, die in 1978 en volgende jaren haar bekroning vond in de monumentale reeks uitgaven Iusti Lipsi epistolae, waarvan Vervliet een der tekstbezorgers werd. De uitgave wordt tot op heden voortgezet door de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten, waarvan Vervliet in 1968 corresponderend en in 1974 werkend lid werd.

Sixteenth-century printing types of the Low Countries
Sixteenth-century printing types of the Low Countries. Amsterdam: Menno Hertzberger & Co, 1968.

In het Unesco-jaar van het boek 1972 stelde hij, op verzoek van Herman Liebaers, ook het prestigieuze verzamelwerk Liber librorum samen, dat in vier talen verscheen en een overzicht gaf van vijfduizend jaar boekkunst. Op grond van al zijn verdiensten op het gebied van de geschiedenis van het boek werd Vervliet in 1975 geroepen om als opvolger van Herman de la Fontaine Verwey de geschiedenis van boek en bibliotheek te doceren aan de Universiteit van Amsterdam; hij deed dit tot aan zijn emeritaat in 1988.

Liber librorum
Liber librorum. 5000 jaar boekkunst. Brussel: Arcade, 1973.

Inmiddels had Vervliet al in 1968 het Museum Plantin-Moretus verlaten om de eerste hoofdbibliothecaris te worden van het pas opgerichte Rijksuniversitair Centrum Antwerpen (RUCA); in 1972 maakte hij de overstap naar de toen gestichte Universitaire Instelling Antwerpen (UIA). Van bij zijn aantreden ijverde Vervliet voor een snelle automatisering van de catalogus, waarbij zich al spoedig de bibliotheek van de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius (UFSIA), een van de twee andere componenten van de toekomstige Universiteit Antwerpen, aansloot. Een ander aandachtspunt was de opwaardering van de beroepsopleiding van de bibliothecarissen, die haar beslag kreeg door de oprichting van de interuniversitaire Speciale Licentie Documentatie- en Bibliotheekwetenschap aan de UIA in 1983, met Vervliet als voorzitter.

Nog actief na zijn tachtigste en negentigste

Nadat hij in 1988 de actieve dienst had verlaten, had Vervliet nog een werkzaam aandeel in de heropstanding van het sluimerende Plantin Genootschap, maar ging hij zich toch vooral opnieuw intensief toeleggen op zijn oude liefde, de zestiende-eeuwse typografie. In 2008 bundelde hij zijn verspreide opstellen in een tweedelig, bij Brill in Leiden verschenen boek onder de titel The Palaeotypography of the French Renaissance. In het tijdschrift De Gulden Passer noemde John A. Lane het werk ‘a convenient and essential reference for anyone interested in French printing types during the period when they formed the mainstream of the evolution of typographic letterforms.’ De kroon op het werk zette Vervliet in 2010 met de publicatie van een nieuw standaardwerk, French Renaissance Printing Types. A Conspectus, volgens Frans A. Janssen in hetzelfde tijdschrift ‘een indrukwekkend totaalbeeld van wat wij weten over de 16de-eeuwse Franse lettertypen.’
Op 31 december 2013 werd Vervliet negentig. A book a day keeps the doctor away.

Hendrik D.L. Vervliet 95 jaar
De foto toont H.D.L. Vervliet bij zijn vijfennegentigste verjaardag.


Het boek Magistraal, Meesters van het Plantin Genootschap 1951–1974 is nog steeds te bestellen bij het secretariaat. Het kost 8 euro.
Je kan een pdf ervan hier bekijken.


EEN BIBLIOGRAFIE VAN HET WERK VAN H.D.L. VERVLIET

Voor studenten die de boeken van Hendrik Vervliet willen lezen hebben we hieronder een niet-exhaustieve lijst van boeken van zijn hand.

Robert Granjon, letter-cutter, 1513-1590: An oeuvre-catalogue.
New Castle, Delaware: Oak Knoll Press, 2018.
200 p.
isbn: 9781584563761

Granjon’s Flowers: An enquiry into Granjon’s, Giolito’s, and De Tournes’ ornaments, 1542-1586.
New Castle, Delaware: Oak Knoll Press, 2016.
248 p.
isbn: 9781584563556

Vine leaf ornaments in Renaissance typography: a survey.
New Castle, Delaware: Oak Knoll Press & Hes & De Graaf, 2012.
416 p.
isbn: 9789061945611

French renaissance printing types: a conspectus
London: The Bibliographical Society – Printing Historical Society; New Castle (Delaware): Oak Knoll Press, 2010.
isbn 9780948170188

The palaeotypography of the French Renaissance. Selected papers on sixteenth-century typefaces. 2 vols.
Leiden: Koninklijke Brill NV, 2008.
isbn 9789004169821

Cyrillic & Oriental typography in Rome at the end of the sixteenth century: An inquiry into the later work of Robert Granjon (1578-90).
Berkeley: Poltroon Press, 1981.
(viii), 55, (3) p.

Post-incunabula en hun uitgevers in de Lage Landen: een bloemlezing gebaseerd op Wouter Nijhoff’s L’art typographique
Post-incunabula and their publishers in the Low Countries: a selection based on Wouter Nijhoff’s L’art typographique.
Den Haag-Boston-London: Martinus Nijhoff, 1978.
xiii, 205 p.

Gutenberg of Diderot? De typografie als factor in de wereldgeschiedenis.
Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van buitengewoon hoogleraar in de boek- en bibliotheekgeschiedenis aan de Univ. van Amsterdam op maandag 16 mei 1977.
Deventer: Van Loghum Slaterus, 1977.
33 p.

Liber librorum : 5000 jaar boekkunst
Auteurs: Hendrik D L Vervliet; Fernand Baudin; Herman Liebaers
Brussel: Uitgeverij Arcade, 1972.

Franse vertaling:
Liber librorum: cinq mille ans d’art du livre.
Bruxelles: Arcade, 1972.

Engelse vertaling:
The book through five thousand years
ondon-New York: Phaidon, 1972.

Duitse vertaling:
Liber librorum: 5000 Jahre Buchkunst
Genève: Weber, 1973.

Reproductions of Christopher Plantin’s Index sive specimen characterum 1567 & Folio specimen of c.1567, together with the Le Bé-Moretus Specimen, c.1599.
Auteurs: Hendrik D L Vervliet; Harry Carter
London: Bodley Head, 1972.
Serie: Type specimen facsimiles, 2 Nos. 16-18.

Sixteenth-century printing types of the Low Countries : [by] H.D.L. Vervliet.
[Translated from the Dutch manuscript by Harry Carter] With a foreword by Harry Carter.
Amsterdam: M. Hertzberger, 1968.

The type specimen of the Vatican Press 1628. A facsimile with an introd. and notes by H.D.L. Vervliet.
Auteurs: Andrea Brogiotti; Hendrik D L Vervliet
Amsterdam: Menno Hertzberger, 1967.

Orientaliste [1882-1967] Specimen
Auteurs: Hendrik D L Vervliet; René Draguet.
Leuven: Drukkerij Orientaliste, [1967].
64 p.


ENKELE ARTIKELEN VAN ZIJN HAND

Danfrie Reconsidered. Philippe Danfrié’s (d. 1606) Civilite Types
Publicatie: The Library (London: Bibliographical Society), v21 n1 (maart 2020)
p. 3-45

The combinable type-ornaments of Robert Granjon, 1564-1578
Publicatie: Journal of the Printing Historical Society. – New series 22 (2015)
p. 25-62

The young Garamont: roman types made in Paris from 1530 to 1540
Publicatie: Typography papers 7 (London, Hyphen Press), 2007

Robert Estienne’s printing types
Publicatie: The Library (London: Bibliographical Society), 7th series, vol. 5, No. 2 (June 2004)
p. 107-175

Greek typefaces of the early French Renaissance: the predecessors of the Grecs du roy
Publicatie: Journal of the Printing Historical Society. – New series 4 (2002)
p. 3-29

Printing types of Pierre Haultin (ca. 1510-87) : part I: Roman types.
Publicatie: Quaerendo. 30.2000,
p. 87-129

Printing types of Pierre Haultin (ca. 1510-87) : part II: italic, Greek and music types.
Publicatie: Quaerendo. 30.2000,
p. 173-227

[Recentie van:] Johnson, A.F.: Selected essays on books and printing. – Amsterdam, 1970
Publicatie: Quaerendo. 2.1972
p. 235-237

[Recentie van:] Carter, H.: A view of early typography up to about 1600. – Oxford, 1969
Publicatie: Quaerendo. 1.1971
p. 222-223

Een aantal van zijn artikelen voor de Gulden Passer kunnen op de website van DBNL worden gelezen.


Terug naar nieuwsbrief augustus